Het programma stelt de melodie voor in een suctuur die analoog is aan de suctuur van de gebruikelijke spreektaal. Er zijn woorden (motives), phrases, zinnen, komma's (caesuren), vraagtekens en punten (kadenzen). Dergelijke benadering laat toe dat er een simpel en effectief algoritme wordt gebruikt op de melodiecompositie.
Het programma implementeert 24 methoden van ‘motive’-ontwikkeling. Sommigen zijn hier opgesomd: variatie; inversie; herhaling; nieuw ritme; reeks enz. Deze methoden zijn gelijkaardig aan de visuele effecten in grafische tools. Het programma veronderstelt een ‘theoretisch correct’ algoritme voor het creëren van melodieën. Het voordeel van dit algoritme is dat we een paar bestaande delen uit een melodie nemen (motive of phrase) en deze toepassen op de methoden voor motive-ontwikkeling (vb. variation) om een nieuw ‘motive’ of ‘phrase’ van de melodie te creëren.
Het programma kent de meest gebruikte iaden en zevenden van de sleutel. Het programma stelt de akkoorden voor als vierstemmig. De stemmen zijn: alt, sopraan, tenor en bas. Elk akkoord kent vele varianten. Bijvoorbeeld: elke akkoordnoot kan als eerste geplaatst worden. De akkoordnoten kunnen aan mekaar (tight arrangement) of verder van mekaar (wide arrangement) geplaatst worden. De gebruiker kan zowel het type akkoord als de organisatie ervan bepalen.
Het programma heeft een optie die je toelaat de melodie te exporteren naar een midi (.mid). Het geëxporteerde bestand bestaat uit drie sporen: melodie, akkoorden en bas. Je kan dit bestand importeren naar elke midi-sequencer om een complete tune te bouwen.